Kennisbank

Leesafstand en bordformaat: zo bepaal je de juiste maat

Kort antwoord: NEN 3011 rekent met de hoogte van het bord en een afstandsfactor: bij normale verlichting is een bord van 100 × 100 mm leesbaar tot ±6 meter, 200 × 200 mm tot ±12 meter en 300 × 300 mm tot ±18 meter; bij slechte verlichting of noodverlichting is dat de helft. Meet de grootste afstand waarvan het bord zichtbaar moet zijn en kies het formaat daarboven. Ophangen: er is geen wettelijke hoogte — gangbare praktijk is de onderkant van het bord op ±1,7 tot 2 meter aan een wand en ±2 tot 2,5 meter boven een deur.
Hoe groter de kijkafstand, hoe groter het bord: 100 mm lees je tot ±6 meter, 300 mm tot ±18 meter.
Hoe groter de kijkafstand, hoe groter het bord: 100 mm lees je bij goed licht tot ±6 meter, 300 mm tot ±18 meter.

Welke leesafstand hoort bij welk formaat?

Bordformaat Normale verlichting Slechte verlichting of noodverlichting Typische toepassing
50 × 50 mm tot 3 meter tot 1,5 meter Machines, kasten, schakelaars
100 × 100 mm tot 6 meter tot 3 meter Deuren, werkplekken
150 × 150 mm tot 9 meter tot 4,5 meter Kleine ruimtes, kantoren
200 × 200 mm tot 12 meter tot 6 meter Gangen, werkplaatsen (meest gekozen)
250 × 250 mm tot 15 meter tot 7,5 meter Grote ruimtes
300 × 300 mm tot 18 meter tot 9 meter Hallen, magazijnen, buitenterrein

De afstanden zijn afgerond naar beneden. Kijk je schuin op het bord (bijvoorbeeld vanuit een zijgang), dan wordt de afstand ook kleiner: bij 45° ongeveer 30 procent minder. Twijfel je? Neem het grotere formaat.

Hoe werkt de rekenregel?

NEN 3011:2021 koppelt de hoogte van het teken aan de afstand via een afstandsfactor z: hoogte ≥ kijkafstand / z. Zonder testgegevens van de fabrikant geldt z = 60 — een bord van 200 mm is dan leesbaar tot 12 meter. Bij slechte verlichting of noodverlichting wordt de factor gehalveerd, bij een schuine kijkhoek gaat er eveneens iets af. De tabel hierboven is precies die rekenregel, uitgeschreven per formaat.

Je komt online ook de oudere vuistregel tegen dat het oppervlak van het bord minstens de kijkafstand in het kwadraat gedeeld door 2000 moet zijn (dat levert bijvoorbeeld 200 mm tot 9 meter op). Die regel staat niet in NEN 3011:2021 en is strenger dan de norm; hij is niet fout als je aan de veilige kant wilt zitten, maar hij is niet de rekenregel van de norm.

Verlichte vluchtrouteborden zijn een geval apart: voor een nooduitgangbord dat van buitenaf wordt aangelicht of van binnenuit verlicht is, kent NEN 3011 (net als NEN-EN 1838) veel hogere afstandsfactoren — van ongeveer 100 tot 230, afhankelijk van de lichtsterkte. Zo'n bord is dus op twee tot drie keer de afstand uit de tabel leesbaar.

Hoe bepaal ik de afstand in mijn situatie?

Ga op de plek staan waar iemand het bord voor het eerst móét kunnen zien — bijvoorbeeld het verste punt van een magazijnpad waar de vluchtroute herkenbaar moet zijn — en meet (of stap af) de afstand tot de bordlocatie. Kies vervolgens het eerstvolgende grotere formaat. Is de ruimte slecht verlicht, of moet het bord ook bij noodverlichting leesbaar zijn, gebruik dan de rechterkolom. Twijfel je tussen twee maten? Neem de grotere: te groot bestaat bij veiligheidssignalering eigenlijk niet.

In een hal of magazijn zit je al snel op 200–300 mm — meet vanaf het verste punt waar het bord zichtbaar moet zijn.
In een hal of magazijn zit je al snel op 200–300 mm — meet vanaf het verste punt waar het bord zichtbaar moet zijn.

Op welke hoogte hang je het bord?

Er is geen wettelijk voorgeschreven montagehoogte voor veiligheidssignalering op de arbeidsplaats. Gangbare praktijk is de onderkant van het bord op ±1,7 tot 2 meter als het aan een wand hangt, en op ±2 tot 2,5 meter als het boven een deur hangt — beide gemeten van de vloer. De Arboregeling vraagt in artikel 8.11 alleen een passende hoogte ten opzichte van de gezichtslijn, bij de toegang tot de risicozone of in de onmiddellijke nabijheid van het risico.

Trek die 2 tot 2,5 meter niet over álle borden heen: die hoogte hoort bij vlucht- en nooduitgangaanduiding boven een deur. Een gebodsbord bij een machine — gehoorbescherming, veiligheidsbril — hoort juist op de hoogte waarop iemand het bij díe machine ziet. En buiten geldt een eigen praktijk: voor een verzamelplaatsbord (E007) op een parkeerterrein is 3 tot 3,5 meter boven het maaiveld gangbaar branche-advies. Hoogte en formaat werken bovendien samen: hangt het bord hoger of verder weg, dan groeit de kijkafstand — en dus het formaat uit de tabel hierboven.

Alle situaties — per bordtype, binnen en buiten, en wat er in België geldt — staan uitgewerkt in onze gids veiligheidsborden bevestigen: waar, op welke hoogte en op welke ondergrond.

Op welke ondergrond — en hoe zet je het vast?

De uitvoering bepaalt de montage. Een vinylsticker wrijf je blaasvrij aan op een schone, droge en gladde ondergrond — ontvet de plek eerst. Een kunststof bord bevestig je met schroeven of montagekit; op ruw metselwerk, damwand of beton is schroeven betrouwbaarder dan kit. Een haaks bord schroef je met de montageflens haaks op de wand. Bevestigingsmateriaal (schroeven, kit, tape) leveren wij zelf niet.

Twijfel je welke uitvoering bij jouw ondergrond past, kijk dan bij sticker, bord of haaks bord; de volledige montage-uitleg per ondergrond staat in de bevestigingsgids.

Moet ik dit zelf uitrekenen?

Nee. Op elke productpagina in onze shop zit een leesafstand-adviseur: schuif de afstand in en je ziet direct welk formaat je nodig hebt. En voor een compleet pand rekent de pakket-samensteller alles in één keer uit.

Meteen goed geregeld?

De pakket-samensteller zet in 1 minuut alle verplichte pictogrammen voor jouw werkplek klaar — 100% ISO 7010.

Stel je pakket samen →