LQ-sticker: wat betekent gelimiteerde hoeveelheid?

- Wat je eraan ziet: dat de zending onder de gelimiteerde hoeveelheden valt — niet wát erin zit.
- Hoe groot: minimaal 100 × 100 mm; bij een klein collo mag het terug tot 50 × 50 mm.
- Wat er dan níet op hoeft: het klasse-etiket, het kenmerk voor milieugevaarlijke stoffen en het vervoersdocument.
- Wat er wél op kan moeten: de richtinggevende pijlen, in de praktijk oriëntatiepijlen genoemd.
- Welke LQ-sticker jij nodig hebt: dat staat in de vervoersinstructie van je expediteur. Die keuze maken wij niet voor je.
- Hoe ziet het LQ-kenmerk eruit?
- Hoe groot moet een LQ-sticker zijn?
- Wat hoeft er dan juist níet op de doos?
- De oriëntatiepijlen blijven wél staan
- Welke LQ-stickers voeren wij?
- Moet er ook een LQ-bord op de vrachtwagen?
- Wat het LQ-kenmerk niet is
- Waar je ze bestelt
- Veelgestelde vragen
Hoe ziet het LQ-kenmerk eruit?
Het LQ-kenmerk is een ruit — een vierkant op zijn punt — met een zwarte boven- en onderpunt en een zwarte omringende lijn; het midden is wit of een contrasterende kleur. Het draagt geen symbool en geen klassecijfer, en dus geen informatie over het gevaar van de stof. Dat doet het klasse-etiket (ADR 3.4.7).
Eén uitvoering wijkt daarvan af: het kenmerk voor zendingen die volgens de luchtvrachtregels zijn verpakt, draagt in het midden de letter Y (ADR 3.4.8).
Je ziet aan het kenmerk dus dat de zending onder de gelimiteerde hoeveelheden valt, niet wat erin zit. Dat is het verschil met elk ander etiket op een gevaarlijke zending.
Of jouw zending binnen die gelimiteerde hoeveelheden valt, hangt af van de stof en van de hoeveelheid per binnenverpakking of voorwerp. Die grens bepaal je niet op gevoel en niet op basis van de doos: hij staat per stof vast in tabel A van hoofdstuk 3.2 van het ADR, in kolom (7a), en je expediteur of veiligheidsadviseur leest hem voor je op.
Hoe groot moet een LQ-sticker zijn?
Het ADR noemt een minimum: de afmetingen van het kenmerk moeten ten minste 100 × 100 mm zijn en de lijn die de ruit vormt is minimaal 2 mm dik (ADR 3.4.7.1).
Let op wat die maat precies is, want daar gaat het in de praktijk mis. 100 × 100 mm is de omhullende maat — de breedte en de hoogte van het vierkant waar de ruit in past — en niet de lengte van een zijde. De zijden van zo'n ruit zijn ongeveer 71 mm.
Is het collo te klein voor die maat, dan mag het kenmerk mee verkleinen, tot niet minder dan 50 × 50 mm (ADR 3.4.7.2). Groter mag altijd; kleiner dan 50 × 50 mm niet.
Onze LQ-stickers beginnen daarom precies op het ADR-minimum van 100 × 100 mm en lopen door tot 300 × 300 mm. Op een gewone verzenddoos is 100 × 100 mm genoeg; voor een vat, IBC of pallet pak je een groter formaat zodat het kenmerk op afstand leesbaar blijft.
Wat hoeft er dan juist níet op de doos?
Dit is het hele punt van de regeling: hoofdstuk 3.4 van het ADR is een vrijstelling. Valt je zending eronder, dan vervallen er eisen in plaats van dat er iets bij komt. Een zending die volgens hoofdstuk 3.4 in gelimiteerde hoeveelheden is verpakt, draagt geen klasse-etiket en geen kenmerk voor milieugevaarlijke stoffen, en het ADR vraagt er geen vervoersdocument bij (ADR 3.4.1, tweede alinea).
Lees dat niet als een vrijbrief. Hoofdstuk 3.4 houdt een reeks voorschriften uitdrukkelijk in stand — onder meer de regels voor oververpakking — en stelt binnen dat hoofdstuk zelf eigen eisen, zoals een maximumgewicht per collo en het melden van de totale massa. Welke voorschriften dat zijn, somt 3.4.1 zelf op: het is een uitputtende lijst.
De oriëntatiepijlen blijven wél staan
De bekendste eis die blijft gelden, zijn de richtinggevende pijlen — in de praktijk oriëntatiepijlen of "deze kant boven" genoemd. Dat is geen redenering maar een verwijzing: het ADR noemt in de opsomming van voorschriften die bij gelimiteerde hoeveelheden van toepassing blijven, uitdrukkelijk de bepaling over richtinggevende pijlen (ADR 3.4.1, tweede alinea, onderdeel e).
Het ADR schrijft die pijlen voor in vier gevallen (ADR 5.2.1.10.1):
- samengestelde verpakkingen met vloeistof in binnenverpakkingen;
- enkelvoudige verpakkingen met ontluchting;
- cryohouders voor sterk gekoelde vloeibaar gemaakte gassen;
- machines of apparaten die vloeibare gevaarlijke goederen bevatten, wanneer ervoor gezorgd moet worden dat de vloeistof in de beoogde richting gepositioneerd blijft.
Het ADR noemt daar zelf zes uitzonderingen op (ADR 5.2.1.10.2) — onder andere kleine of hermetisch afgedichte binnenverpakkingen, en voorwerpen die in alle standen dicht zijn, zoals spuitbussen. De pijlen gaan op twee tegenover elkaar liggende verticale zijden, met de punt naar boven (ADR 5.2.1.10).
Dat leidt tot de vraag die in de praktijk het vaakst gesteld wordt: mijn doos ligt toch plat, waarom dan pijlen? Omdat de plicht aan het verpakkings- of voorwerptype hangt, en niet aan de manier waarop de doos in de bestelbus staat. Alle vier de gevallen hierboven gaan over wát je verpakt en hoe het verpakt is; loop ze langs, dan weet je of jouw verpakking eronder valt. Wij voeren de oriëntatiepijlen los, zodat je ze in één keer meebestelt.
En praktisch: wat er op moet, zet je naast elkaar op hetzelfde vlak — nooit over elkaar heen. Het kenmerk moet zichtbaar en leesbaar blijven, ook als de doos nog wordt omwikkeld of in een tray gaat.
Welke LQ-stickers voeren wij?
Het ADR kent twee kenmerken: het kenmerk voor gelimiteerde hoeveelheden (ADR 3.4.7) en de uitvoering met de letter Y voor zendingen die volgens de luchtvrachtregels zijn verpakt (ADR 3.4.8). In onze winkel staan daar drie LQ-stickers voor, alle drie in vijf formaten vanaf 100 × 100 mm:
- ADR — Gelimiteerde hoeveelheid (LQ)
- ADR — Gelimiteerde hoeveelheid wegvervoer (LQ)
- ADR — Gelimiteerde hoeveelheid luchtvracht (LQ by air)
De eerste twee zijn hetzelfde kenmerk onder twee productnamen: dezelfde ruit, dezelfde formaten, dezelfde prijs. Verstuur je over de weg, dan voldoet de algemene LQ-sticker net zo goed als die met "wegvervoer" in de naam. De derde is de uitvoering met de Y — de limited quantity-sticker voor zendingen die volgens de luchtvrachtregels zijn verpakt. Welke jij bestelt, hangt af van wat je vervoerder op de verpakking verwacht; dat staat in de vervoersinstructie.
Moet er ook een LQ-bord op de vrachtwagen?
Soms wel — maar dan gaat het niet meer over jouw doos. Een transporteenheid met een toegestane maximummassa van meer dan 12 ton die colli in gelimiteerde hoeveelheden vervoert, draagt het kenmerk voor- en achterop (ADR 3.4.13). Die plicht vervalt zolang de totale bruto massa aan LQ-colli op die transporteenheid 8 ton niet overschrijdt (ADR 3.4.14).
Het is hetzelfde kenmerk, alleen fors groter: de afmetingen zijn dan minimaal 250 × 250 mm (ADR 3.4.15). Dat formaat voeren wij als sticker, niet als star bord. De plicht hangt bovendien aan de transporteenheid en niet aan de afzender van één collo — verstuur je dozen, dan is dit niet jouw veld.
Wat het LQ-kenmerk niet is
Geen klasse-etiket. Het zegt niets over brandbaarheid, giftigheid of bijtende werking, en het vervangt het klasse-etiket niet waar dat wél hoort te zitten.
Geen extra verplichting, maar onderdeel van een vrijstelling. Het kenmerk hoort bij hoofdstuk 3.4, en dat hoofdstuk haalt verplichtingen wég.
Geen keuze die je zelf maakt. Wat er op jouw zending hoort, volgt uit de stof, de hoeveelheid per binnenverpakking en de manier van verpakken — niet uit een voorkeur.
Waar je ze bestelt
De drie LQ-etiketten en de oriëntatiepijlen liggen bij ons op één plek, naast de klasse-etiketten in alle ADR-etiketten. ADR voeren wij uitsluitend als zelfklevende vinylsticker, uit onze eigen productie bij DWD Groep in Roosendaal. Ook geleverd in België; gratis verzending vanaf € 100 excl. btw.
Zoek je niet de uitleg maar het rijtje voor jouw stof, dan begin je beter bij de keuzehulp welke ADR-etiketten heb ik nodig.
Veelgestelde vragen
Waar staat LQ voor?
LQ staat voor gelimiteerde hoeveelheid, in het Engels limited quantity. Het kenmerk hoort bij de manier waarop een zending verpakt is, niet bij de gevarenklasse van de stof. Of jouw zending eronder valt, hangt af van de stof en van de hoeveelheid per binnenverpakking; die grens staat in tabel A van hoofdstuk 3.2 van het ADR, kolom (7a).
Hoe groot moet een LQ-sticker zijn?
Minimaal 100 × 100 mm, met een omringende lijn van minimaal 2 mm dik (ADR 3.4.7.1). Dat is de omhullende maat — breedte × hoogte — en niet de lengte van een zijde van de ruit. Is het collo te klein, dan mag het kenmerk terug tot niet minder dan 50 × 50 mm (ADR 3.4.7.2). Op een transporteenheid van meer dan 12 ton die meer dan 8 ton aan LQ-colli vervoert, is het kenmerk minimaal 250 × 250 mm (ADR 3.4.13–3.4.15).
Is het LQ-kenmerk hetzelfde als een gevaarsetiket?
Nee. Een gevaarsetiket hoort bij het gevaar van de stof: de ruit met symbool en klassecijfer. Het LQ-kenmerk hoort bij de verpakkingswijze en draagt geen symbool en geen cijfer. Ze zitten ook niet samen op dezelfde doos: op een collo dat volgens hoofdstuk 3.4 van het ADR in gelimiteerde hoeveelheden is verpakt, hoort het klasse-etiket er juist niet op.
Waarom zit er op een LQ-doos geen klasse-etiket?
Omdat hoofdstuk 3.4 van het ADR een vrijstelling is. Een zending die daaronder valt, draagt geen klasse-etiket, geen kenmerk voor milieugevaarlijke stoffen, en er hoeft geen vervoersdocument bij (ADR 3.4.1, tweede alinea). Het LQ-kenmerk komt daarvoor in de plaats. Let op: een reeks andere voorschriften blijft wél gelden, onder meer die voor oververpakking en voor richtinggevende pijlen.
Moeten er oriëntatiepijlen op een LQ-zending?
Die kunnen nodig zijn, ja — de vrijstelling van hoofdstuk 3.4 geldt daar niet voor. Het ADR noemt de bepaling over richtinggevende pijlen uitdrukkelijk bij de voorschriften die van toepassing blijven. Of ze op jouw collo moeten, hangt af van het verpakkings- of voorwerptype: het ADR schrijft ze voor in vier gevallen en noemt daar zes uitzonderingen op (ADR 5.2.1.10).
De pakket-samensteller zet in 1 minuut alle verplichte pictogrammen voor jouw werkplek klaar — 100% ISO 7010.