Welke ADR-etiketten heb ik nodig? Drie beslissingen van stof tot sticker
Welke ADR-etiketten je nodig hebt, bepaal je met drie beslissingen, in deze volgorde: welke gevarenklasse hoort bij de stof, welk formaat hoort bij wat je etiketteert, en waar je het plakt. De klasse haal je uit de papieren van de stof; het formaat hangt ervan af of je een collo etiketteert of een voertuig. De rest — oriëntatiepijlen, LQ, milieugevaarlijke stof — hangt aan de zending, niet aan de klasse.
- 1. Welke klasse? Klasse 1 t/m 9 met subklasse, uit het veiligheidsinformatieblad.
- 2. Welk formaat? Op een collo: een ruit met zijden van 100 mm. Op een container of voertuig: een groot etiket vanaf 250 × 250 mm.
- 3. Waar plakken? Op één vlak, zichtbaar, niet over naden en niet onder krimpfolie.
Stap 1: welke gevarenklasse hoort bij je stof?
De klassen lopen van 1 tot en met 9 en zeggen wat het hoofdgevaar is. De subklasse bepaalt welk symbool je precies nodig hebt.
| Klasse | Waar het over gaat | Uitvoeringen die wij voeren |
|---|---|---|
| 1 | Ontplofbare stoffen | 1 · 1.1 · 1.2 · 1.3 · 1.4 · 1.5 · 1.6 |
| 2 | Gassen | 2.1 · 2.2 · 2.3 |
| 3 | Brandbare vloeistoffen (bv. benzine, UN 1203) | 3 |
| 4 | Brandbare vaste stoffen, zelfontbranding, gasvorming met water | 4.1 · 4.2 · 4.3 |
| 5 | Oxiderende stoffen en organische peroxiden | 5.1 · 5.2 |
| 6 | Giftige en infectueuze stoffen | 6.1 · 6.2 |
| 7 | Radioactieve stoffen | 7A · 7B · 7C · 7E |
| 8 | Bijtende (corrosieve) stoffen | 8 |
| 9 | Diverse, waaronder lithiumbatterijen | 9 · 9A · UN 3480 |
Zoek de klasse niet op gevoel op: hij staat in het transportgedeelte van het veiligheidsinformatieblad of in de vervoersdocumentatie. Twijfel je over de indeling, leg die vraag bij je veiligheidsadviseur gevaarlijke stoffen.
De klassen die het vaakst verwisseld worden
Het verschil zit in het gedrag van de stof, niet in de verpakking.
| Verwisseling | Wat je uit elkaar houdt |
|---|---|
| 2.1 / 2.2 / 2.3 | Brandbaar gas · niet-brandbaar en niet-giftig gas · giftig gas. Dezelfde fles, ander etiket. |
| 4.1 / 4.2 / 4.3 | Brandbare vaste stof · vatbaar voor zelfontbranding · ontwikkelt brandbaar gas met water. |
| 5.1 vs 5.2 | 5.1 voedt een brand van buitenaf; 5.2 is een organische peroxide met eigen instabiliteit. |
Stap 2: welk formaat ADR-etiket heb je nodig?
Het formaat hangt af van wát je etiketteert: een collo of een voertuig. Dat zijn twee regimes met twee verschillende minimummaten. Elk ADR-symbool dat wij voeren is een vinylsticker in vijf maten: 100 × 100, 150 × 150, 200 × 200, 250 × 250 en 300 × 300 mm.
a. Op een collo — dozen, jerrycans, vaten en IBC's. ADR schrijft hier een ruitvormig gevaarsetiket voor met zijden van 100 mm (5.2.2.2). Kleiner mag alleen als de afmetingen van het collo dat vereisen én het etiket goed zichtbaar blijft. Groter mag, maar dat is een eigen keuze voor de leesbaarheid — geen eis. Let op: een IBC is een collo, geen container. Bij een IBC met meer dan 450 liter inhoud horen de etiketten op twee tegenover elkaar liggende zijden (5.2.2.1): twee keer hetzelfde etiket, niet één groter etiket.
b. Op een container, tankcontainer, mobiele tank of voertuig. Daar gelden grote etiketten: dezelfde symbolen als op het collo, maar minimaal 250 × 250 mm (5.3.1.7.1). Onze 250- en 300-maten zitten op of boven dat minimum. Op een voertuig komt daar apart nog het oranje bord bij — zie de volgende sectie.
| Waar komt het op? | Wat ADR voorschrijft | Onze maten |
|---|---|---|
| Collo — doos, jerrycan, vat, IBC | Ruit met zijden van 100 mm (5.2.2.2). IBC boven 450 l: op twee tegenoverliggende zijden (5.2.2.1) | 100 × 100 mm. Groter is een eigen keuze voor leesbaarheid, geen eis |
| Container, tankcontainer, mobiele tank, voertuig | Groot etiket, minimaal 250 × 250 mm (5.3.1.7.1) | 250 × 250 of 300 × 300 mm |
| Oranje bord op het voertuig | 40 × 30 cm, retroreflecterend (5.3.2) | Leveren wij niet conform — zie hieronder |
Let op: de leesafstandregels bij veiligheidsborden gelden hier niet — die gaan over ISO 7010-borden op de werkvloer. Zie gerust hoe je bij veiligheidsborden het formaat op leesafstand kiest, maar reken je ADR-etiket er niet mee uit.
Waarom je niet zomaar het grootste formaat neemt
Groter mag, maar groter is niet automatisch beter. Een etiket moet in zijn geheel op één vlak passen: loopt het over een rand, een ribbel of een naad, dan laat de hoek als eerste los.
Op ronde verpakkingen speelt de kromming mee — hoe groter het vierkant, hoe meer de sticker moet meebuigen, met plooien precies over het symbool. Kies de grootste maat die nog vlak en heel op één zijde past.
Stap 3: waar plak je het etiket?
Op een schoon, droog en vetvrij vlak, zichtbaar op het moment dat iemand de verpakking behandelt. Dat is het korte antwoord; de rest is praktijk:
- Op de zijde waar mensen bij komen. Niet op de onderkant, niet tegen de volgende pallet aan.
- Niet over naden, randen of sluitingen. Een etiket over de sluitstrip scheurt bij het openen; over een rand laat het los.
- Niet onder krimpfolie. Folie beslaat en gaat er bij ontvangst af — met je etiket eraan.
- Andere etiketten ernaast, niet eroverheen. Klasse-etiket, oriëntatiepijlen, UN-markering en LQ zitten het liefst bij elkaar op hetzelfde vlak.
Gaat het niet om de colli maar om de ruimte waarin ze staan? Lees dan welke borden op een ADR-werkplek horen — dat gaat over de opslag en de laadzone.
De etiketten die geen gevarenklasse zijn (en vaak vergeten worden)
Deze vier horen niet bij een gevarenklasse maar bij de aard van de zending, en vallen daarom buiten het lijstje uit het veiligheidsinformatieblad. Ze worden het vaakst vergeten.
- Oriëntatiepijlen ("deze kant boven") — voorgeschreven bij samengestelde verpakkingen met vloeistof in binnenverpakkingen, bij enkelvoudige verpakkingen met ontluchting en bij cryohouders. Ze gaan op twee tegenover elkaar liggende zijden (ADR 5.2).
- Milieugevaarlijke stof — de vis-en-boom. Hoort erbij vanaf meer dan 5 liter of 5 kilo per verpakking (ADR 5.2); daaronder mag het achterwege blijven. Komt náást het klasse-etiket, niet in plaats daarvan.
- Verwarmde stof (HOT) — voor stoffen die warm worden vervoerd. Zeldzaam, maar dan wel nodig.
- LQ (gelimiteerde hoeveelheid) — let op: drie uitvoeringen. Het LQ-kenmerk is ruitvormig met zijden van 100 mm en een zwarte boven- en onderpunt (ADR 5.2). Wij voeren er drie: het LQ-etiket, de uitvoering voor wegvervoer en de uitvoering voor luchtvracht. Welke van de drie op jouw zending hoort, lichten wij bewust niet toe — dat bepaalt de vervoersinstructie van je expediteur. Vraag het daar na voordat je bestelt; een verkeerde LQ-sticker kost je een geweigerde zending.
Lithiumbatterijen: kort
Lithiumbatterijen vallen onder klasse 9. Wij voeren daarvoor het klasse 9-etiket, het 9A-etiket voor lithiumbatterijen en de sticker voor UN 3480, lithium-ionbatterijen. Welke combinatie op jouw zending hoort, hangt af van het type batterij, de staat waarin het wordt verzonden en de vervoersmodus. Dat is te veel voor één alinea: lees het verschil tussen UN 3480 en UN 3481.
Oranje gevaarsborden en voertuigmarkering: wat je moet weten
Op een voertuig zitten twee verschillende soorten markering. Die worden vaak door elkaar gehaald, en daar gaat het mis.
1. Het grote etiket (placard). Dat is hetzelfde gevaarsetiket als op het collo, alleen vergroot: zelfde symbool, zelfde klassecijfer, minimaal 250 × 250 mm (ADR 5.3.1). Voertuigmarkering is dus wél degelijk een vergroot gevaarsetiket.
2. Het oranje bord. Iets heel anders: 40 × 30 cm, met een zwarte rand van 15 mm, retroreflecterend, voor- en achterop het transportmiddel (ADR 5.3.2). Bij tankvervoer en losgestort vervoer staat het gevaarsidentificatienummer erboven en het UN-nummer eronder; bij verpakt vervoer is het bord blanco. De term "Kemler-bord" slaat strikt genomen op de uitvoering mét cijfers — een blanco oranje bord heeft die niet. Oranje borden die niet op de lading slaan, moeten worden verwijderd of afgedekt.
Voor je bestelling: wij leveren ADR-signalering als zelfklevende vinylsticker; onze 250- en 300-maten zitten op of boven het minimum voor grote etiketten. Een conforme oranje plaat leveren wij niet — 40 × 30 cm en retroreflecterend is een ander product dan onze vierkante sticker. Ga daarvoor naar je vervoerder of een leverancier van voertuigmarkering.
Wat je in één keer meebestelt
- Het klasse-etiket in de juiste maat; meerdere als de stof meer dan één gevaar heeft.
- Oriëntatiepijlen, milieugevaarlijk-etiket en LQ waar van toepassing.
- Bij een IBC boven 450 liter: twee etiketten per stuk.
- Reserve — een paar extra scheelt een spoedbestelling.
Alles staat bij elkaar in alle ADR-etiketten. ADR voeren wij uitsluitend als vinylsticker, niet als kunststof of haaks bord; voor de rest van het assortiment heb je die keuze wél: zie sticker, bord of haaks bord. Gratis verzending vanaf € 100 excl. btw, en we leveren ook naar België.
Twijfel je over de indeling van een zending? Leg die vraag bij je veiligheidsadviseur gevaarlijke stoffen.
Veelgestelde vragen
Welk formaat ADR-etiket heb ik nodig voor een collo?
Op een collo — doos, jerrycan, vat of IBC — schrijft ADR een ruitvormig etiket voor met zijden van 100 mm. Kleiner mag alleen als het collo dat vereist en het etiket zichtbaar blijft; groter is een eigen keuze voor de leesbaarheid. Bij een IBC boven 450 liter horen etiketten op twee tegenover elkaar liggende zijden. Op een container of voertuig geldt minimaal 250 × 250 mm.
Wat is het verschil tussen een ADR-etiket en een oranje gevaarsbord?
Het gevaarsetiket is de ruit met symbool en klassecijfer; op een container of voertuig komt datzelfde etiket vergroot terug, minimaal 250 × 250 mm. Het oranje bord is iets anders: 40 × 30 cm, retroreflecterend, voor- en achterop. Wij leveren de stickers; een conforme oranje plaat leveren wij niet.
Heb ik oriëntatiepijlen nodig?
Oriëntatiepijlen zijn voorgeschreven bij samengestelde verpakkingen met vloeistof in binnenverpakkingen, bij enkelvoudige verpakkingen met ontluchting en bij cryohouders. Ze gaan op twee tegenover elkaar liggende zijden. Of jouw verpakking daaronder valt, staat in de vervoersdocumentatie — weet je het niet zeker, vraag het je expediteur.
Welke LQ-sticker moet ik hebben — wegvervoer of luchtvracht?
Dat bepaalt de vervoersinstructie van je expediteur, niet wij. Wij voeren drie LQ-uitvoeringen: een algemene, een voor wegvervoer en een voor luchtvracht. Welke van de drie op jouw zending hoort, lichten wij bewust niet toe. Vraag je expediteur welke uitvoering hij op de verpakking verwacht en bestel die.
Mag ik meerdere gevaarsetiketten op één verpakking plakken?
Meerdere etiketten op één verpakking is heel gebruikelijk: een stof met meer dan één gevaar krijgt meer dan één etiket, en oriëntatiepijlen of een LQ-etiket komen daar los bovenop. In de praktijk zitten ze naast elkaar op hetzelfde vlak, niet overlappend. Welke combinatie jouw zending nodig heeft, staat in de vervoersdocumentatie.
Gelden dezelfde ADR-etiketten in België?
De symbolen zijn niet per land anders: een klasse 3-etiket ziet er in België hetzelfde uit als in Nederland, en dezelfde signalisatie is daar in gebruik. Wij leveren onze ADR-stickers ook naar België. Of er voor jouw zending aanvullende eisen gelden, is een vraag voor je vervoerder of veiligheidsadviseur.
Alle ADR-etiketten die wij voeren staan bij elkaar: klasse 1 t/m 9, oriëntatiepijlen, milieugevaarlijke stof, HOT en LQ — als vinylsticker in vijf maten.